Het begon met een oproep. Een gedachtenexperiment. Kan het theater een tegengif zijn voor trauma? Kan toneel helpen helen?

 

Zeven vrouwen die slachtoffer werden van seksueel misbruik reageerden. Elk had haar eigen verhaal en voelde de nood daar iets mee te doen. Wat precies was niet altijd meteen duidelijk. Sommigen hadden de uitgesproken wens om vrijuit en luidkeels te getuigen. Anderen kwamen schoorvoetend het podium op en wilden wel spelen, maar dan als een personage dat buiten zichzelf stond. Wat ze wel gemeen hadden: een open vizier en een nieuwsgierigheid naar hoe dit theaterproject hun eigen traject kon beïnvloeden.

 

Ze kwamen wekelijks bijeen en gingen aan de slag met elkaars verhalen. Ze lachten en speelden, ze vonden verbinding in de improvisaties. Ze maakten zich teksten eigen en maakten hun eigen teksten. Onder begeleiding van regisseur Leen Braspenning vonden ze elkaar met en zonder woorden. En in lachbuien. Want er werd gelachen: ook al is het onderwerp beladen, hun levens zitten vol lichte, gekke, eenzame en verbonden momenten.

 

Langzaamaan groeiden scènes uit hun improvisaties. We verzamelden ideeën uit de spelmomenten – zelfs het decor kreeg op die manier vorm. Flarden dialoog stolden tot een theatertekst. Hun getuigenis kreeg een stem, en hun herinneringen werden beelden. Zeven verschillende ervaringen smolten samen rond één centraal thema: hoe ga je om met wat je lichaam overkwam? Nu staan ze in POPPEMIE (GEEN SPEELGOED) op de planken met hun verhalen. Alleen dat al is een overwinning.